brugse_metten_(vlaamsch_verdriet_deel_2)
de_lorelei
Verlaten door haar metgezel
Worp zi zichzelf naar beneen
Haren geest leeft boven een rots
De legende van de lorelei
Boven op de klippen des doods
Zingt zi be
de_witte_dame
Getooid in bladergroen en mos
Verrijst hoog boven 't duistere bos
Vantussen mist en ochtenddauw
Kille muren grijs en grauw
Nen burcht overschaduwd door haat
de_tweede_donkere_eeuw
De nieuwe adel geniet volop
Van de mensen zonder brood
De nieuwe plebs is reeds geboren
De piramide nog vergroot
De pest heeft men reeds onderdrukt
Ziektes k
circus_van_de_dood
Wanneer de nacht haar intree doet
Betreedt geen sterveling nog dit veld
Ketters vervullen laatste wens
Opgeknoopt tot aan de dood
E Dominus Patrus
Sanctus Vi
maleficia
T'is mi al eens nor wor gi goat
Als gi ons huize mor ni verloat
Om te goan nor van wie men zegt
Dat mensch dat tegen alles vecht
Op een doods verlaten pad
Le
vlaamsch_verdriet
Wankele wielen langs donkere gracht
Hoefgekletter van paardekracht
In het donker van de nacht
Ridders in al hun pracht
Allen dood zult gij zijn
Man, vrouw, k
ten_strijde
Gaart nu allen rond dit vuur
Yggdrasil, kan komen ieder uur
Verzoent U allen voor de strijd
Houdt ons van de dood bevrijd
3014 jaar van de dood
Merlijn is fo
de_zwarte_dood
We wachten tot wij sterven gaan
Het leven is voor ons gedaan
We leven in afzondering
We worden elkanders vreemdeling
Afgezonderd in een grot
Zonder liefde of
halewyn
Witten voorschoot van satijn
Maagd weet waar zi moet zijn
Zi deed haar beste kleren aan
Om naar Halewyn te gaan
Zi besteeg het witte ros
En vertrok toen naar het bos
vergane_glorie
Laatste moed vergaard
Naast zijn sterke zwarte paard
Dienen ridder, net nog held
Zal nu sterven op het veld
Geen dwaas staat hem nog bi
Asgar
onder_den_eglantier
Bloed stroomde onder zin ranke stam
En heeft 's mans gezicht verkild
Heur schoone leden nu verstild
Nadat zi droevig bi him kwam
Schuchtige takken in de wind
brugse_metten_(vlaamsch_verdriet_deel_ii)
|